Een regelmatig terugkerend punt op de facebookpagina van Historisch Schoonoord is de plek waar de oorspronkelijke school/kerk van 1856 heeft gestaan. Stond die nu aan de Slenerweg ter hoogte van het voormalige politiebureau of toch aan de Kerklaan waar nu het Dorpshuis staat?
Het prille begin
Op 20 juni 1855 publiceerden de predikanten van Odoorn, Sleen en Zweeloo, respectievelijk J.W. Lieftinck, H. Niemeijer en R.P. Reddingius samen met Willem Langeveld te Schoonoord een stuk in de Drentsche en Asser Courant. Hierin vroegen ze aandacht voor de toestand te Schoonoord, met name rond het feit dat 187 kinderen geen school konden bezoeken en dat in totaal 65 gezinnen met 363 zielen verstoken waren van kerkelijke opvoeding omdat er geen kerkvoorziening was.
Het stuk in de krant had uiteindelijk het gewenste effect. Niemeijer en Langeveld vormden samen of wellicht met enkele anderen de commissie voor de belangen van Schoonoord, wellicht een van de eerste groeperingen binnen een gemeente die zich inzetten voor een specifiek dorp. Zij vroegen subsidie bij de Provincie voor 225 gulden voor aankoop van de keet en 150 per jaar gulden voor het traktement van een schoolmeester. Korte tijd later bleek de keet (waarvan de ligging verder onbekend is) niet meer beschikbaar te zijn, maar was er wel een mogelijkheid tot aankoop van een houten loods, die tevens geschikt zou zijn tot het geven van kerkdiensten in de nieuwe kolonie. Echter, deze loods was wellicht vanwege de grootte een fors stuk duurder, namelijk 1300 gulden. Hierdoor was de commissie (Langeveld en Niemeijer) genoodzaakt het subsidieverzoek aan te passen. Inmiddels had de synode der Nederlands Hervormde Gemeenten een bedrag van 500 gulden beschikbaar gesteld en was er 200 gulden aan collecten in Schoonoord en elders in de gemeente Sleen binnengekomen. Het tekort was dus nog 600 gulden en de oorspronkelijke aanvraag was een subsidie voor 225 gulden, waarmee nog een vierhonderd gulden extra nodig was, eventueel te verkrijgen van het Rijk. De Provincie besloot de oorspronkelijke aanvraag van 225 gulden te honoreren en voor 1856 een bedrag van 150 gulden ter beschikking te stellen voor traktement van een schoolmeester. In november kwam het verlossende nieuws van het Rijk, dat Z.M. de Koning (Willem III) een bedrag van 400 gulden beschikbaar stelde voor de bouw van een school. Hiermee was voldoende geld voor de aankoop van de loods beschikbaar.
locatie
Waar stond dan die houten loods die in 1855 kon worden aangekocht. In verschillende publicaties over Schoonoord staat zonder verdere bronverwijzing aangegeven dat de school stond op de plaats waar later het politiebureau heeft gestaan ter hoogte van het huidige adres Slenerweg 6. Op p. 13 van het boek Anderhalve eeuw in een eeuwigheid (Schoonoord 2006) gaven de auteurs aan dat de school/kerk heeft gestaan op de plaats van de huidige adressen Slenerweg 4-6, ofwel het VVV-kantoor, vroeger politiebureau. Op pagina 3 van het recente boek Zij, die onze gemeente dienden. Hervormde gemeente 1856-2016 Schoonoord, (Schoonoord 2016) wordt dit zonder verdere bronverwijzing nogmaals herhaald. Geen van de publicaties gaat in op de dan noodzakelijke verhuizing van de school naar de plaats waar het later dan zou hebben gelegen: aan de Kerklaan waar thans het dorpshuis is gevestigd. In een eerdere publicatie uit januari 2015 (Parel aan Drenthina’s kroon) heb ik al eens aangegeven dat de school nooit is verplaatst, maar altijd heeft gestaan waar het dorpshuis staat. De beperkte ruimte in dat boekje gaf geen mogelijkheid dit nader toe te lichten.
De bron van deze veronderstelling lijkt een notariële akte te zijn van 13 april 1858. In deze akte blijkt Bastiaan Klijn, koopman te Schoonoord samen met zijn moeder Femmigje Boerhof, weduwe van Jasper Klijn te Smilde, vele percelen land aan de huidige Brugstraat te verkopen. Het eerste perceel blijkt het kerkhof te zijn, dan nog blijkbaar in particulier bezit van de familie Klijn. Willem Langeveld kocht het kerkhof namens de gemeente Sleen voor een bedrag van 23 gulden. De rest van de Brugstraat is verdeeld in een tiental kavels bestaande uit voornamelijk heide met slechts enkele opstallen in de nabijheid van de brug. Het laatste aaneensluitende perceel werd begrensd door de Slenerweg. Er werden bij die veiling nog twee percelen verkocht door de verkopers Klijn. Het ene perceel werd omschreven als het perceel waarop de school is gebouwd en daarna werd nog een perceel verkocht waarop de keet van Langeveld was gebouwd. De beide laatste percelen werden verkocht zonder de gebouwen.
Vanwege de volgorde van de verkopingen lijkt het er op, dat de school en de keet van Langeveld ergens op de hoek Brugstraat/Slenerweg moet hebben gelegen. Vermoedelijk geredeneerd vanuit de gedachte dat de loods niet pal aan de weg heeft gestaan, is het perceel waar later Slenerweg 6 op is gebouwd aangewezen als plek van de eerste school. Echter, de akte geeft voor alle eerste 10 percelen aan dat ze naast elkaar gelegen zijn, van kerkhof tot Slenerweg, terwijl van de beide andere percelen juist niet is aangegeven waar de ligging was ten aanzien van de eerste percelen. Dat duidt juist op een andere locatie, maar het is geen doorslaggevend bewijs.
Een andere verkoopakte geeft wel een dergelijke aanwijzing. Eerder, op 13 januari 1858 waren op een veiling voor notaris Kymmel te Westerbork vele percelen van Jasper Klijn (toen nog in leven) onder de hamer gebracht. Deze percelen waren gelegen aan de Kerklaan, de Havenstraat, de Oude Molenstraat en een deel van de Tramstraat en Slenerweg. Als percelen 32 tot en met 35 werd de behuisde grond met erfpacht verkocht aan de bewoners van de woningen aan de Kerklaan. Bij perceel 35 is aangegeven dat het gaat om de grond van Gerrit Jan Boswinkel, timmerman te Schoonoord, welke woning is begrensd door enerzijds de woning van Dirk Nijk en anderzijds de school. Dit bewijst dat in 1858 de school gelegen was aan de Kerklaan, waar nu het dorpshuis is.
Een verdere aanwijzing is afkomstig uit het archief van de gemeente Sleen. Bij het herbouw van de school in 1886 is aangegeven, dat de oude school moet worden afgebroken en de nieuwe moet worden opgetrokken in de nabijheid van de oude school. Gelukkig is een en ander verduidelijkt met een kaartje, waarop precies staat aangegeven waar de oude school heeft gestaan. De voorloper van de school uit 1886 (huidige dorpshuis) heeft gestaan waar thans de parkeerplaats is van het dorpshuis.
Maar strikt genomen bewijst dit alles nog niet dat de school/kerk daar in 1856 is gesticht. Hoewel het uiterst onwaarschijnlijk is, dat na de grote moeite die men had de school annex kerk te stichten men binnen twee jaar verhuisde naar een andere locatie. Onwaarschijnlijk, maar niet onmogelijk.
Bakkerij Harm de Lange
Wie schets mijn verbazing als ik in verband met onderzoek naar bakkerijen in inventarisnummer 249 van de gemeente Sleen de hinderwetvergunning voor de bouw en inrichting van een bakkerij ten behoeve van Harm de Lange uit 1893 aantref, met daarin een schets met enkele kadastrale nummers met daarbij ook uitleg: nummer 848 is de brugwachterswoning, 847 de woning van De Lange zelf en 849 een gebouw van Jacob Gerrit de Vries genaamd kerk en erf. En aangezien dit perceel 849 gelegen is aan de Slenerwegkant achter bakker De Lange, kom je grofweg in de buurt van Slenerweg 4-6.
Maar welke kerk kan dat zijn geweest? De hinderwetvergunning is van 1893! Nu kunnen herinneringen nog lang blijven hangen en is het mogelijk dat iets nog kerk wordt genoemd, terwijl het daadwerkelijke gebruik als kerk al lang in het verleden ligt. Zou het dan toch zo zijn, dat dit de oorspronkelijke plek is van de eerste kerk/school? Nogmaals kijkend naar de verkoopakte van 13 april 1858 kan worden herhaald, dat van de laatste twee erven, waaronder het erf waarop de school is gebouwd, niet vermeld worden dat ze aan de Slenerweg liggen, maar dat ook niet vermeld wordt dat ze daar niet liggen.



Er zit niets anders op, dan het archief van het kadaster te raadplegen. Uitgaande van een kaartje op de nieuwbouwtekening van 1886 waarop is aangegeven dat de kadastrale nummers A 788, 789 en 790 de school betroffen. Via het Register 71 van het kadaster kunnen we vinden dat A 788-790 eigendom waren van leggernummer 401. Leggernummer 401 (lijst met eigenaren van onroerend goed) staat voor de Gemeente Sleen. Het register geeft aan onder de nummers 6, 7 en 8 de nummers A 788-A 790, respectievelijk huis, school en tuin. Uit deze registratie blijkt, dat de school daarvoor onder nummer A 460 werd geregistreerd, maar dan als school en kerk. Vorige eigenaar bleek Jasper Klijn die in 1858 de kerk/school verkocht aan de gemeente. Het behoorde tot een groot gebied dat hij in 1854 had gekocht van Willem Nessing, een landbouwer uit Noord-Sleen. Duidelijk is dus, dat de kerk/school vanaf 1856 heeft gestaan op de plaats van het dorpshuis.

En die kerk aan de Slenerweg dan, achter de bakkerij van de Lange? Kadastraal nummer van dat pand was A 849. Uit bijgaande inschrijving op naam van Harm de Lange wordt duidelijk, dat kerk en erf in het dienstjaar 1896 geregistreerd is als gesloopt. Dat betekent in de praktijk dat in 1895 de sloop heeft plaatsgevonden. Hij had het in 1892 gekocht van leggernummer 1694, ofwel Jacob Gerrit de Vries, bakker en molenaar te Schoonoord. Dit klopt met de gegevens uit de hinderwetvergunning van 1893. De Vries had het in 1881 gekocht van Johan Gotlieb Nugteren (1829-1911). Het kadaster geeft ook bij Nugteren weer aan dat het om een kerk en erf gaat met als grootte 1 are 90 centiare.
Kijken we naar een eerdere inschrijving in dit register (volgnummer 6), dan zien we de volgende tekst:

Het is duidelijk dat er sprake is van hetzelfde perceel A 849. Er lijkt duidelijk te staan kerk en erf. En toch is dat een leesfout, aangezien er zal staan keet en erf. Dat blijkt uit het oudere register, waarin onder volgnummer 6 de volgende tekst is geregistreerd:

De (begrijpelijke) leesfout leidde tot de foutieve vermelding van een kerk die er nooit is geweest. Nugteren kocht de keet op perceel A 849 in 1862 van de Drentsche Veen en Midden Kanaal Maatschappij. Verder teruggaand in de tijd blijkt, dat in 1861 werd aangegeven dat de keet werd gebouwd. Er staat weliswaar 1862, maar het kadaster werkt met dienstjaren (in dit geval 1862), wat betekent dat de verandering (hier bouw van een keet) plaatsvond in het voorgaande jaar, dus 1861.

Conclusie
In 1856 werd aan de Kerklaan een kerk/school ingericht in een voormalige keet op grondgebied van Jasper Klijn. Deze lag op de plek waar thans het dorpshuis staat. De eerste school heeft iets verder richting het kanaal gestaan, daar waar thans het parkeerterrein is. In 1884 werd de nieuwe school gebouwd met de rooilijn van wat nu het dorpshuis is.
Op het terrein waar zo ongeveer Slenerweg 6 staat heeft geen kerk gestaan. De inschrijving in het kadaster waarin weliswaar vanaf het tweede register “kerk en erf” duidelijk leesbaar is, berust op een administratieve fout, toen de klerk bij het aanleggen van dat tweede register de inschrijving “keet en erf” verkeerd las.
