Pioniers (1854-1855) [nog in bewerking]

In maart 1854 waren volgens de krant inmiddels 30 gezinnen in Schoonoord. Hun namen zijn niet bekend, op een paar uitzonderingen na. De krant spreekt over een bakker en een kruidenier. De naam van de bakker is onbekend, maar de naam van de winkelier is Pieter van Riet.

Pieter van Riet (1822-1855) was de zoon van een korporaal uit Veenhuizen. Hij is ook opgegroeid in Veenhuizen met vele broers en zusters. Hij was vanaf zijn huwelijk koopman van beroep en wel te Assen en Smilde. Per maart 1854 was hij een van de eersten die zich in Schoonoord vestigde. Hij opende een winkel aan de Kerklaan en woonde daar ook met vrouw en vier kinderen. In 1855 sloeg het noodlot toe. Eerst overleed Maria Susanna Mulder, de vrouw van Pieter van Riet op 1 maart 1855 te Schoonoord. Spoedig volgde Pieter haar in het graf. Hij stierf op 5 mei 1855. De kinderen waren in enkele maanden plotseling wees geworden. Ooms en tantes werden voogd en zorgden voor de opvoeding van de kinderen. Petronella en later ook Maria Susanna gingen wonen bij hun grootouders Mulder in Veenhuizen, zoon Arie woonde bij oom Willem Frederik van Riet in Veenhuizen en Margaretha Johanna trok in bij haar kinderloze oom en tante Johannes Steeling, veldwachter te Gasselte.

Frederik van Oenen (1828-1899) was aanvankelijk arbeider, toen hij zich in maart 1854 te Schoonoord vestigde. Hij zal een man van onbesproken gedrag zijn geweest, aangezien hij in 1860 tot eerste onbezoldigd rijksveldwachter te Schoonoord werd benoemd. Met 1 maart 1861 werd hij overgeplaatst naar Hoogeveen, terwijl hij later dat jaar naar Oldemarkt zou vertrekken. Later blijkt hij weer arbeider/dagloner te zijn in Zwolle. Ten tijde van zijn overlijden in 1899 in Den Haag werd hij omschreven als koopman.

Jacob Rossing (1821-1899) was arbeider toen hij zich in april 1854 te Schoonoord kwam wonen. Hij kwam hier met Hendrikera Boer (1827-1917), zijn vrouw en hun zoontje Jan (1852-1856). Jacob woonde slechts kort te Schoonoord, want op 1 mei 1855 liet hij zich weer uitschrijven naar de gemeente Odoorn. Daar zijn hij en zijn vrouw ook overleden. Eén zoon Jans Rossing (1868-1913) kwam rond 1899 weer te Schoonoord wonen, waar in dat jaar zoon Jacobus Henderikus Rossing werd geboren. Hij trouwde met Aaltien Hoving (1902-1966), dochter van Geert Hoving en Geertje Buist.

Tiese Eekhoff (1816-1863) liet zijn registratie weliswaar per 1 mei 1854 noteren, maar uit het feit dat hij Op 27 april 1854 al getuige was bij de aangifte van overlijden van Jacobje Stap (1854-1854). Tiese was gehuwd met Jantje Hummel (1812-1892), een telg uit het geslacht Hummel(ing), waarvan later zich velen nog zouden gaan vestigen in Schoonoord. In Schoonoord stierven de twee jongste kinderen van Tiese in respectievelijk 1855 en 1856. Kot daarna zal hij ook zijn vertrokken uit Schoonoord. Mogelijk trok het gehele gezin naar de gemeente Ooststellingwerf, waar Tiese overleed in 1863. De familie is daarna weer teruggekeerd naar Odoorn, waar meerdere gezinnen te Valtherveen woonachtig waren, later te Emmen (Emmer Compascuum).

Jan Dost (1817-1882) kwam als alleenstaande arbeider naar Schoonoord. Hij was dus niet gehuwd en hij is alleen bekend vanwege het feit, dat hij als getuige in de overlijdensakte van Jacobje Stap (1854-1854) is vermeld. Het bevolkingsregister noemt hem verder niet. Hij zal spoedig vertrokken zijn, zonder dat exact bekend is waarheen. In 1857 trouwde hij te Den Haag en is dan schipper van beroep. Zijn kinderen worden in Groningen, Leiderdorp, Den Helder en Veendam geboren.

Evert Stap (1818-1883) is geboren te Nunspeet als zoon van Gerrit Gerrits Stap (1789-1825) en Pietertje Everts van de Pol (1789-1856). Zijn broer Gerrit (1814-1884) en zuster Aaltje (1823-1913) zouden volgen als inwoners van Schoonoord.

Evert arriveerde in april 1854 te Schoonoord met zijn vrouw Sjoukje Mulder (1820-1874) en hun zes kinderen. Beide zoons Gerrit Stap (1842-1871) en Petrus Stap (1846-1895) bereikten de volwassen leeftijd, de dochters Lammigje Stap (1844-1856), Jantje Stap (1848-1856), Pietertje Stap (1851-1855), Jacobje Stap (1854-1854) en Lammegien Stap (1857-1857) stierven allemaal jong. Jacobje Stap was de eerste inwoners die overleed in de nieuwe kolonie. Van Evert stammen vele Schoonoorders met de namen Stap, Dam, Hamberg, Jagt, Zwiers, Spiekstra, Schaper, Kuipers, Van Loon.

Lukas Kalter (1827-1887) was op 4 februari 1854 te Ruinen getrouwd met Evertien Jans Pol (1815-1870). In april 1854 kwamen ze naar Schoonoord, waar hun zoon enige Koop Kalter (1856-1857) werd geboren en overleed. Beide echtelieden overleden te Schoonoord.

Jan Jans Peters (1816-1864) trouwde in 1845 te Hoogeveen met Katerina Jans Boer (1821-1898). Met twee kinderen kwamen ze naar Schoonoord in april 1854. In augustus 1854 overleed zoon Lambert. Ergens tussen 1854 en 1859 verhuisde het gezin naar Erm, waar dochter Jantien werd geboren. In 1862 kwam de familie vanuit Borger weer terug in Erm wonen om uiteindelijk rond 1864 weer in Schoonoord te komen wonen in een woning aan de Tramstraat.

Jan Cornelis Jagt (1825-1897) was de eerste Jagt die zich te Schoonoord vestigde en wel per 1 mei 1854. Hij was gehuwd met Aaltje Hogeveen (1821-1902) en moet niet verward worden met zijn gelijknamige broer Jan Cornelis Jagt (1816-1883), die later ook te Schoonoord woonachtig was. Jan Jagt vertrok op 9 september 1857 uit Schoonoord naar Hoogeveen, maar kwam voor 26 juni 1858 weer terug naar Schoonoord om daar ook daadwerkelijk te blijven.  Jan Cornelis Jagt heeft vele nazaten in en rond Schoonoord met de namen Jagt en de Jong. Verreweg de meeste nazaten wonen in de omgeving van Emmen.

Hendrik Scholtens (1820-1877) gehuwd met Wubke Harms Boer (1817-1872) in 1842 te Onstwedde, kwam in mei 1854 naar Schoonoord. Hij was geen arbeider, maar opzichter van de veenderijen. Direct na het begin van Schoonoord werd er turf gewonnen en Hendrik lijkt als opzichter te zijn aangesteld, vermoedelijk door de Kanaalmaatschappij. Hij komt in een krant eveneens als veenbaas voor. Hij vertrok in 1858 naar de gemeente Odoorn, maar kwam terug in mei 1867 vanuit Odoorn. Scholtens bewoonde van 1867-1872 met zijn gezin een woning aan de Oude Molenstraat. In 1872 vertrok men naar Vroomshoop, waar beide echtelieden overleden.

Johannes Stoffers (1826-1883) was geboren te Smilde. Hij trouwde in Assen op 20 december 1846 met Marchje Johannes (1824-1873), dochter van Antje Johannes ook genaamd Anna Rosalia Carels (1781-?) en Engbert Egberts de Vries (1777-1842). Bijzonder is dat er wel een ondertrouw is gevonden in 1812 van Engbert de Vries en Anna Carels, maar dat in de geboorteakten van de kinderen Engbert wel de aangifte deed en het kind erkende, maar dat de kinderen altijd als buiten echt geboren zijn ingeschreven. In haar latere leven heette Marchje Johannes meestal De Vries. In mei 1854 vestigde Stoffers zich te Schoonoord. In Schoonoord werden nog drie kinderen geboren en rond 1867 verhuisde het gezin naar Tiendeveen om daarna in De Krim te belanden. Er is mogelijk nog nageslacht rond De Krim.

Hendrik Wever (1818-1865) was een arbeider, geboren te Gasselternijveen. Hij was in 1846 gehuwd met Aaltje van der Tuuk (1814-1893) uit Nieuwe  Pekela. Met vrouw en twee kinderen kwam hij in mei 1854 te Schoonoord wonen. Daar kwam de jongste telg ter wereld: Harmtje, geboren op 1 januari 1855. Feitelijk is zij de eerstgeborene van Schoonoord, hoewel de derde boreling Primus Floranus Fossanus Aurancius Kremer die eer ten onrechte heeft toegedicht gekregen. Hendrik Wever trok weer terug naar de gemeente Borger, aar ook zijn nageslacht woonde. In de 20e eeuw vestigde Harm Anne Wever, nazaat van Hendriks broer Hinderikus Wever (1825-1896) zich weer te Schoonoord.

Derk Bos (1816-1880) was als vele andere pioniers arbeider. Met zijn vrouw Jantien Kamps (1821-1899) en drie kinderen verliet hij Ellertshaar (gemeente Borger) voor Schoonoord.  Via omzwervingen in Westenesch kwam Derk Bos in of rond 1861 in ‘t Haantje te wonen, waar hij  in 1880 overleed. Zijn vrouw overleefde hem ruimschoots en stierf in ‘t Haantje in 1899. Via kleinzonen Hilbrand Bos (1873-1952) en Derk Bos (1884-1986) zijn er nog vele nazaten in Schoonoord en omgeving te vinden.

Adrianus Koert (1818-1873) was een geboren Zeeuw., want zijn wieg stond in Ooltgensplaat. Dat was ook de plaats van waaruit hij zich in Schoonoord liet registreren per 1 mei 1854. Zijn samenlevende vrouw Adriana van der Nat (1814-1893) schreef zich met ingang van die datum in vanuit Leiden, waar zij geboren was in 1814.  Op 21 augustus 1854 trouwden ze te Sleen. Zij waren de eersten die woonachtig in Schoonoord, hun huwelijk lieten registreren.  Acht maanden later beviel Adriana van een doodgeboren zoontje. Voor zover bekend is dat het enige kind uit het huwelijk. Adrianus overleed op 22 mei 1873 te Groningen, Adriana overleed in haar geboorteplaats Leiden op 5 februari 1893.

Pijdt Vos (1820-1904) was geboren te Smilde als zoon van Hendrik Roelofs Vos (1782-1829) en Stijntje Jans Jagt (1787-1859). In oktober 1843 trouwde hij voor de eerste maal met Roelofje Boverhof (1823-1876). Met haar woonde hij vanaf 1 mei 1854 te Schoonoord, evenals drie van hun kinderen. In Schoonoord werd zoon Hindrik Vos geboren op 29 juli 1855. Lang heeft het gezin Vos hier niet gewoond. Dochter Stijntje Vos (1852-1858) overleed te Odoornerveen. Later verhuisde het gezin naar de gemeente Emmen, waar Roelofje op oudejaarsdag 1876 te Nieuw Amsterdam overleed. Pijdt trouwde daarna nog twee maal: eenmaal in 1877 te Emmen met Helena Ortlepp (1833-1885) en daarna in 1895 (inmiddels 75 jaar oud) met Lummichje Koops (1849-1924). Uit het eerste huwelijk is een groot nageslacht, dat veelal te Emmen en omgeving woonachtig is.

Bauke Vos (1822-1897) was een broer van de bovengenoemde Pijdt Vos. Op 1 mei 1846 trouwde hij te Smilde met Henderkien Luggers (1821-1867). Met drie kinderen vestigde het gezin zich op  de achtste trouwdag te Schoonoord. Vier kinderen  werden nog te Schoonoord geboren tussen 1856 en 1867. Een maand na de geboorte van jongste zoon Jan Vos (1867-1912) overleed Henderkien Luggers te Schoonoord op 17 februari 1867. Bauke bleef met zeven kinderen achter. Hij bleef jaren alleen. Op 6 oktober 1884  kreeg Bauke een inwonend dienstmeisje van 19 genaamd Geertje Meenderman (1865-1911). Later is ze ingeschreven als commensaal, een inwonend kostganger. Een jaar later kreeg ze een dochter Jantien. In 1889 volgende een doodgeboren zoontje. Doordat ze in 1890, inmiddels 24, trouwde met Bauke Vos (inmiddels 67) werd dochter Jantien gewettigd. Tussen 1890 en 1893 werden nog vier kinderen geboren, van wie drie doodgeboren jongetjes. Het is zeer aannemelijk dat Bauke ook de biologische vader is geweest van Jantien Vos (1885-1950) en het eerste doodgeboren zoontje. Bauke stierf in zijn woning Tramstraat 73 (thans museum). Geertje kreeg in 1898  nog een dochtertje en vertrok in 1909 met de kinderen naar Coehoorn, waar ze bij haar tweelingzuster ging wonen. Saillant  detail is dat ook die tweelingzuster Jantje met een veel oudere man was gehuwd. Geertje overleed in 1911 ten huize van haar zuster Jantje.

Klaas Klok (1823-1861)  was net als Pijdt en Bauke Vos geboren te Smilde. Met zijn vrouw Femmigje Jans Karst (1823-1900) kwam hij met twee kinderen op 1 mei 1854 in Schoonoord wonen. Dochter Jantien Klok werd in 1855 te Schoonoord geboren. Femmigje had in 1855 meer familieleden te Schoonoord wonen: haar zuster Marchien Karst (1819-1901) en haar man Hendrik Middelberg (1825-1903) en haar oom en tante Hendrik Karst (1813-1886) en Henderkien Hof (1811-1894). Nageslacht is er nog wel, maar elders in Drenthe.

Geert Drenth (1821-1858) kwam met vrouw Sijvertje van der Wijk (1821-1892) en vijf kinderen per 1 mei 1854 te Schoonoord wonen. Daarvoor woonde hij in de gemeente Borger te Nieuw Buinen. In Schoonoord werd een zoon Berend Drenth geboren, die echter op 1 1/2 jarige leeftijd overleed. Per 24 januari 1857 vertrok het gezin naar de gemeente Onstwedde, waar Geert op 23 augustus 1858 te Stadskanaal overleed. Zijn weduwe overleed te Valthermond op 15 december 1892.

Jan Roelofs Bosman (1805-1866) was rond de vijftig toen hij in Schoonoord kwam wonen. Hij en zijn gezin hebben er nog geen jaar gewoond. Hij vestigde zich vermoedelijk op het Aardscheveld onder Assen, waar hij ook overleed. Zijn weduwe Jantien Bijl (1817-1879) overleed te Beilen. Daar zijn de meeste nazaten nog te vinden.

Jan Koops Pol (1797-1876) was een van de oudste pioniers. Hij was toen hij zich in mei 1854 vestigde al 57 jaar oud. Zijn vrouw Janna Willems Stevens (1797-1854) overleed op 22 november 1854 in de nieuwe kolonie. Jan verliet Schoonoord op 1 december 1855 richting Assen, samen met de beide zoons Aaldert (1840-1860) en Jacob Pol (1843-1906). Zoon Albert Pol (1835-1924) trouwde toen hij te Schoonoord woonde in 1855 met de van Smilde afkomstige Antien Post (1830-1905). Te Schoonoord werd zoon Jan Pol geboren (1856-1940). Vele nazaten wonen heden ten dage te Klazienaveen en Enschede en omgeving. Een nazaat van Jan Koops Pol via zijn dochter Alberdina Pol (1830-1908) was haar kleinzoon Mindert Aardema (1884-1970), bekend vanwege zijn boek Herinneringen van een veenarbeider.

Albert Smeeman (1827-1882) is een beetje een twijfelgeval. In mei 1854 komt hij volgens het Bevolkingsregister van de gemeente Sleen in Schoonoord wonen. Echter, als hij de geboorte van zijn dochter in maart (!) 1854 aangeeft bij de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van de gemeente Sleen wordt in de akte de woonplaats van Albert vermeld als Noord-Sleen. Zijn vrouw woont volgens die akte ook te Noord-Sleen (op zich niet vreemd natuurlijk) en als derde vermelding staat nog eens dat het huis waar de geboorte plaats vond in Noord Sleen stond. Als klap op de vuurpijl blijken ook beide getuigen uit Noord-Sleen afkomstig te zijn. In 1856 doet Albert aangifte van de geboorte van zoon Gerrit. Ook dit keer is aangegeven (zij het slechts éénmaal) dat hij te Noord-Sleen woonachtig is. Beide getuigen zijn afkomstig uit Sleen. Aangezien Albert verder niet aantoonbaar in Schoonoord is te plaatsen (bijvoorbeeld als getuige bij geboorte– of overlijdensakten), ga ik er van uit, dat de inschrijving te Schoonoord op een administratieve fout berust en dat hij in Noord-Sleen woonachtig was.

Klaas Dikken (1813-1880) was geboren te Wanneperveen. Hij behoorde tot de Christelijk Afgescheiden gemeente (latere de gereformeerde kerk, maar die was er toen in Schoonoord nog niet). Hij was schipper van beroep. Hij trouwde in Assen op 17 februari 1820 met Jantjen Sents de Graaf (1815-1859), geboren te Steenwijk, maar met haar ouders begin jaren ‘30 van de 19e eeuw in Smilde aangekomen. Op 1 mei 1854 werden ze ingeschreven te Schoonoord, maar lang hebben ze er niet gewoond. Ze overleed te Herbayum (Fr) op 17 augustus 1859 in een keet nabij de trekvaart onder Herbayum. Klaas overleed uiteindelijk in Almelo in 1880. Uit het huwelijk Dikken/De Graaf zijn geen kinderen geboren. 

Arend Jan Karsenberg (1816-1871) was een arbeider, geboren te Goor in 1816. Hij was in 1851 te Assen gehuwd met Sjoertjen Veenhof (1818-1877). Zij vestigden zich volgens het bevolkingsregister per 1 mei 1854 met een zoontje Egbert vanuit Assen te Schoonoord. In Schoonoord werd nog een zoontje Johannes geboren, dat echter in 1858  te Odoornerveen overleed. Het gezin Karsenberg was daar op 31 mei 1857 naar toe verhuisd. Nazaten  van Egbert wonen nog te Emmen en omgeving.

Sjoerd Martens de Vries (1803– 1882) was zoals zovelen arbeider van beroep. Ook hij vestigde zich te Schoonoord vanuit Assen. Antje Poelman (1825-1884) was Sjoerds tweede vrouw. Met zijn eerste vrouw Grietje Hulst (1800-1846) had hij acht kinderen gehad, van wie vijf  te Schoonoord hebben gewoond. Met zijn tweede vrouw zou hij zeven kinderen krijgen, van wie alleen Klaas en Auke in Schoonoord woonden. Inwonend was Aaltje Hulst (1830-1904), een tantezegster van Sjoerd en zijn eerste vrouw. Nazaten dragen namen als De Vries (Assen en omgeving), Soer (Assen en omgeving) en De Graaf (Emmen).

Harmannus van Tellingen (1814-1895) was geboren te Namen  in België. Zijn vader Willem van Tellegen (1778-1841) was aanvankelijk soldaat, wat tot gevolg heeft gehad dat zijn kinderen in garnizoenssteden als Heusden, Maastricht en Namen werd en geboren. Later was hij tapper in Assen.  Harmannus trouwde in Assen in 1841 met Albertien Huizing (1822-1907). Zij kregen drie zonen en drie dochters, die alle in leven bleven. De twee jongsten werden te Schoonoord geboren. Alle Van Tellingens onder wie  de wethouders Hendrik van Tellingen (1907-1993) en zijn oom Willem van Tellingen (1890-1963) stammen hiervan af. Daarnaast komen onder de nazaten veel mensen voor met namen Ruiter, Speudel, Etten, Hoekman, Lampe, Bonder, Soer/Zoer, Gebben,  Moes, Drijfholt en De Jonge. Veel wonen nog in de omgeving van Schoonoord.

Jelle Oostwoud (1815-1894)  en zijn vrouw Corneliske Tabak (1816-1880) waren van Friese komaf en kwamen in juni 1854 of wellicht zelfs eerder in Schoonoord wonen, samen met hun vijf dochters. Op 13 juni 1854 overleed dochter Alberdina Oostwoud (1852-1854), ruim een half jaar later gevolgd door haar tweelingzusje Geertje (1852-1855). Voor 1859 vertrok het gezin naar Emmen.  Het nageslacht is voornamelijk te vinden in Emmen, maar via Lutske Oostwoud (1843-1914) gehuwd met Willem Muskee (1844-1918) zijn er nog veel relaties met Schoonoord en De Kiel. Een  bijzonder detail is, dat kleinzoon Jelle Groote (1872) trouwde met Marchien van Tellingen (1873), kleindochter van Harmannus van Tellingen.

Willem Langeveld (1826-1888) kwam op 1 juli 1854 volgens de officiële  registers aan in Schoonoord. Zijn vrouw Jenneke Adriana Maria van Dusseldorp (1827-1882) en Willem waren te Schiedam getrouwd in 1849.  Willem was zeer actief in het nieuwe dorp. Uiteraard had hij het als aannemer/timmerman aardig druk met bouwen van gebouwen in het nieuwe dorp. Maar daarnaast was hij actief bij de stichting van de school in 1856, als inner van de schoolgelden, als oprichter van de kalkovens aan het eind van de Havenstraat. Zelf woonde hij in de boerderij op de hoek Tramstraat/Oude Molenstraat. Ondanks alle activiteiten ging het uiteindelijk financieel niet goed. In 1866 ging hij failliet, moest alles verkopen en  vertrok hij naar Noord-Holland. In de omgeving van Haarlem en Leiden zijn nog nazaten van Willem Langeveld. De Langeveldstraat is NIET vernoemd naar deze Willem Langeveld, maar naar zijn verre neef Pieter Langeveld (1824-1870), die aannemer was van het Oranjekanaal.

Thijs Weggen (1792-1854) kwam naar Schoonoord en stierf. Zo ongeveer  moet het zijn geweest, want hij overleed te Schoonoord op 30 juli 1854. Met zijn vrouw Trijntje Alberts Bakker (ook wel genaamd Alberts, Jochems en De Jonge) had hij acht kinderen gekregen, van wie alleen Jochem Weggen (1845-1856) jong was gestorven. Na het overlijden van Thijs Weggen had Trijntje Alberts (1812-1889) een relatie met een onbekende man, met wie zij een zoon Roelof Alberts (1856-1858) kreeg. Ze trouwde in 1862 met David Verkruijsse (1812-na 1862), die haar korte tijd later in de steek liet en met onbekende bestemming is vertrokken. De naam Weggen is heden ten dage nog met Schoonoord en omstreken verbonden. Ook daarbuiten, want ook de voormalige minister van Verkeer en Waterstaat Hanja Maij-Weggen is een nazaat van Thijs Harms Weggen. Andere nazaten dragen eveneens bekende lokale namen als Ossel, Dokter, Knol, Trip, Otten,  Uiterwijk, Oosting, Nijboer en De Groot.   

Berend Wins (1818-1874) was timmerman van beroep, Christelijk Afgescheiden en was afkomstig van Westerbork. Zijn vrouw Jeichien Speelman (1830-1913) kwam uit Drouwen en samen waren ze in 1850 in Wildervank getrouwd. Het huwelijk kende slechts twee dochters, van wie alleen de oudste nageslacht had. Dat nageslacht komt voornamelijk voor in Nieuwe Pekela en Leeuwarden.

Gijsbert Limbeek (1817-1863) en zijn vrouw Bartha Ruitenberg (1818-1854) moeten zich al voor 18 augustus in Schoonoord hebben gevestigd. Op 18 augustus 1854 doet Gijsbert Limbeek namelijk aangifte van zijn om 4 uur in de nacht geboren dochter, die hij Bartha noemt. Op dezelfde dag doen enkele Schoonoordse ingezetenen aangifte van het overlijden van Bartha Ruitenberg. Zij is in haar huis te Schoonoord overleden om 5 uur in de ochtend. Het is duidelijk dat Bartha naar haar moeder is genoemd. Feitelijk is Bartha de enige boerling uit 1854 en daarmee ook de eerstgeborene uit Schoonoord. Volgens het bevolkingsregister kwam Gijsbert op 1 december 1854 vanuit De Zijpe naar Schoonoord. Als dat klopt, dan is hij na augustus vertrokken en weer teruggekeerd. Het vermoeden is echter, dat het gezin Limbeek erg laat is geregistreerd, maar er feitelijk al woonde. Lang heeft Gijsbert hier niet gewoond. In februari 1855 overleed Berendina Limbeek (1853-1855) te Schoonoord, op 26 augustus1855 overleed Bartha Limbeek te Zwiggelte, waarbij is aangegeven dat Gijsbert daar woonachtig was. Inmiddels had  Gijsbert een nieuwe relatie met Fennechien Bakker (1822-1892). In een keet aan het nieuw aan te leggen kanaal werden twee kinderen geboren, waarbij Gijsbert de aangever en vermoedelijke vader was. Duidelijk is dat hij daar woonachtig was. Volgens het bevolkingsregister van de gemeente Sleen vertrok Gijsbert per 24 november 1857 naar de gemeente Emmen. en wel naar Zuidbarge. Dat is volstrekt in overeenstemming met het bevolkingsregister van Emmen. Het lijkt er dus op dat Gijsbert nadat hij in een keet aan het Oranjekanaal in de gemeente Westerbork heeft gewoond  weer terug is gegaan naar Schoonoord en van daaruit in november 1857 naar Zuidbarge is vertrokken.  In beide gevallen zal dat in gezelschap van de  formeel ongehuwde Fennechien Bakker zijn geweest. In Zuidbarge blijken  Gijsbert en Fennechien  ook weer in een keet te wonen, als Gijsbert aangifte doet van de geboorte van het kind van Fennechien, dat de familienaam Bakker kreeg vanwege het feit dat ze niet was gehuwd. Ook bij de geboorte van de twee doodgeboren kinderen van Fennechien is Gijsbert als “bekende” een van de aangevers. Gijsbert overleed in 1863 te Zuidbarge.

Lammert Barelds (1823-1902) was een in Stadskanaal geboren arbeider. Vanaf 1-11-1854 woonde hij in Schoonoord met zijn vrouw Elzien Dockter (1818-1902), met wie hij in 1840 was gehuwd , en hun kinderen. Elzien was een dochter van Eerke Alberts Docter (1793-1862) en Anna Adriaans Voekens (1792-1868), die in april 1855 in Schoonoord zouden komen. Ook enkele zusters van Elzien vestigden zich in 1855 te Schoonoord met hun gezinnen. Hoewel de naam Dokter in Schoonoord en De Kiel niet onbekend is, zijn deze naamgenoten onverwant aan de hier genoemde. Nazaten komen later voor te Valthermond.

Reint Hofman (1815-1914) kwam van Ermelo, waar hij op 29 december 1815 werd geboren als zoon van Tijmen Reinsen Hofman (1793-1866) en Annetje Schipper (1792-1874). Veel mensen van de Veluwe kwamen naar Drenthe als eekschiller. Reint zal dat ook mogelijk gedaan  hebben. Reint woonde in een keet van Willem Langeveld op een groot stuk land gelegen tussen de Slenerweg en Odoornerveen.  Reint Hofman en gezin zijn later vertrokken naar de gemeente Emmen, waar het nageslacht ook te vinden is.

En Hendrik Strijker (1821-1897) dan? Wie  het boek Anderhalve eeuw in een eeuwigheid op pagina 12 openslaat, leest daar dat Hendrik Strijker de eerste geregistreerde inwoner van Schoonoord is geweest. Hij zou zich daar hebben gevestigd hebben op 30 april 1853. Dat de auteurs daar ook wel mee zaten, blijkt wel uit de tekst, dat dat nog ruim voor het ontstaan van Schoonoord was. Dat lijkt derhalve ook vreemd. Kijken we naar de bron, dan zien we in het Bevolkingsregister van Sleen deel 1850-1859 dat Hendrik vermeld wordt op p. 315. De bewoners op de omliggende pagina’s (vanaf p. 310 tot en met 314 en 316 en 316a) zijn allemaal op 30 april 1855 ingeschreven. Voor pagina 310 is sprake van oudere inschrijvingen, vanaf pagina 317 is sprake van jongere inschrijvingen. Het lijkt alleen daarom al onwaarschijnlijk dat Hendrik Strijker op pagina 315 twee jaar eerder zou zijn ingeschreven in een verder chronologisch opgemaakt register. Het document bekijkend kun je zien dat er wel degelijk 1855 staat, al kan in eerste instantie de tweede vijf voor een drie worden aangezien. Het ‘haaltje’ van de tweede vijf staat namelijk door de verticale lijn heen (zie afbeelding), terwijl het ‘haaltje’ van de eerste vijf meer lijkt te horen bij de tweede vijf. Was Hendrik een voorvader van Cornelis Strijker (1918)? Nee, maar ze zijn wel—zij het ver— familie. Beiden stammen af van Geugjen Hendriks Lunenborg alias Strijker (1710-1778) te Hoogeveen.