Het begin van Schoonoord

Het ontstaan van Schoonoord is het gevolg van het graven van het Oranjekanaal. Op zich klopt dat wel, maar niet in de zin dat het Oranjekanaal werd gegraven en Schoonoord ontstond op het moment dat de kanaalgravers aankwamen bij de weg Sleen-Rolde.

Hoe ontstond Schoonoord nu? Op 17 januari 1854 werd begonnen met de bouw van de eerste huizen van Schoonoord. Midden op het Ellertsveld hadden landmeters het geprojecteerde kanaal uitgezet. Jasper Klijn had voor die tijd een lange strook grond gekocht, waar het kanaal zou worden gegraven. Zodoende was ook duidelijk waar het kanaal de weg Rolde-Sleen zou kruisen.  Nabij dat kruispunt werd de eerste steen gelegd voor het dorp dat al direct de naam Schoonoord kreeg, of in de spelling van 1854: Schoon-Oord.

De eerste bewoners kwamen al spoedig: een kruidenier en een bakker behoorden tot de eersten. Een tapperij zal spoedig zijn gevolgd. De percelen werden vermoedelijk vanaf de brug uitgezet. De eerste woningen zullen in de strook direct nabij het kanaal  zijn geplaatst. Mogelijk was het eerste huis de bakkerij die in 1870 afbrandde en waarvan toen werd aangegeven dat dat het oudste huis van Schoonoord betrof. Dat was de bakkerij van Roelof Kamerling (1817-1884). De eerste periode was er dus nog geen sprake van het kanaal. Ook de brug lag er uiteraard nog niet. In 1854 was men bij Smilde begonnen met het graven en op 26 april 1854 was men bij de eerste sluis gekomen. Een jaar later was men goed opgeschoten: in april 1855 kwam men tot in de buurt van Westerbork. In juli was men tot Orvelte gevorderd en in april 1856 kwam Schoonoord in zicht. 300 poldergasten hadden zich op dat moment (tijdelijk) te Schoonoord gevestigd. Zij waren de gravers van het kanaal en hun namen zijn helaas veelal onbekend gebleven. In mei 1856 was het dan zover: de eerste schepen voeren door het kanaal naar Schoonoord.  De kanaalgravers trokken door naar ‘t Haantje en verder richting Emmen. Schoonoord zelf groeide enorm.

In de krant van 21 maart 1854 werd gemeld, dat Schoonoord 100 inwoners had. Twee maand later is er al sprake van 148 inwoners, 88 kinderen en 60 ouders uit in totaal 30 gezinnen. Hieruit blijkt wel, dat de pioniers uit gezinnen (ouders en kinderen) bestonden. Een kleine groep families bestond uit drie generaties. Ongehuwd samenwonen kwam in de beginperiode van Schoonoord regelmatig voor.

Melting pot

De herkomst van de eerst bekende Schoonoorders is zeer divers. Friezen, Overijsselaars, Groningers, Drenten, Hollanders, Zeeuwen, Brabanders, Gelderlanders en een enkele Duitser vestigden zich in Schoonoord. Ze beleden allemaal  (officieel) een religie, maar die was al net zo divers als de herkomst van de mensen: Nederlands Hervormden, Christelijk Afgescheidenen, Joden, Evangelisch Luthersen, Rooms Katholieken en Doopsgezinden.

Hoewel het aantal gezinshoofden in de lijst van het Bevolkingsregister (31) redelijk overeen komt het aantal gezinnen dat in de kranten van mei 1854 wordt genoemd (30), zijn de beide lijsten niet identiek aan elkaar en is het toeval. De lijst van 31 is samengesteld uit gegevens uit archieven, zoals de Bevolkingsregisters en akten van de Burgerlijke Stand over het hele jaar 1854. Een paar namen springen er uit: Stap, Jagt, Bos, Vos, Van Tellingen en Weggen. Allemaal achternamen die nog steeds in Schoonoord en omgeving voorkomen èn waarvan nakomelingen rond Schoonoord wonen. En dan zijn er nog Schoonoorders die in vrouwelijke lijn afstammen van een pionier. Jelle Oostwoud bijvoorbeeld is voorvader van vele Muskees.

Conclusie

De eerste bewoners van Schoonoord in 1854 zijn geen kanaalgravers, maar pioniers die als bakker, winkelier, tapper en arbeider hun brood verdienden. In 1856 zullen enkele kanaalgravers in Schoonoord zijn achtergebleven. Dan moeten we denken aan Klaas Knol (1814-1877), die meegewerkt zal hebben aan het graven van het kanaal. Hij en zijn negen volwassen geworden kinderen hebben een uitgebreid nageslacht, voor een groot deel nog in Schoonoord en omgeving wonend. Of bijvoorbeeld Jan Geerts Vredeveld (1804-1876), die Schoonoord in die zin nooit gehaald heeft, maar zich blijvend te Coehoorn vestigde. Zijn nageslacht is daar echter nog wel woonachtig. Of als laatste de stamouders van de Lange’s in Schoonoord, Ragger de Lange (1819-1896) en Jantje Zwolle (1824-1910), die in 1855 mee hebben gegraven aan het kanaal, die toen tot Elp gevorderd was. Ragger zal mogelijk hebben meegegraven, al kan hij ook als koopman actief zijn geweest, terwijl zijn vrouw in ieder geval in 1855 in haar keet een kroegje had. Beiden woonden later nog in ’t Haantje en vestigden zich rond 1860 als winkelier aan de Tramstraat.